Achtergrond
Op grond van artikel 16 van het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH) zijn woningcorporaties verplicht een commissie te hebben die zich uitspreekt over klachten van klanten, die betrekking hebben op het handelen of nalaten van medewerkers of leveranciers van de corporatie. Daarbij wordt er van uit gegaan dat de corporatie eerst zelf in de gelegenheid is geweest het geschil op te lossen, en dat de directie over het geschil een besluit heeft genomen.
In de praktijk blijken de geschillencommissies van de deelnemende corporaties niet zo vaak bijeen te komen dat het de moeite loont meerdere geschillencommissies in stand te houden. De instelling van één commissie achten de corporaties daarom effectiever en efficiënter, mede omdat het eenvoudiger is om in een commissie die vaker bijeen komt de kwaliteit van de besluitvorming en de continuïteit van de commissie te borgen. De toevoeging van geschillenbehandeling in het kader van het ‘tweedekansbeleid’ maakt het werk van de commissie bovendien breder.
Huurders, ex-huurders en woningzoekenden die een discussie met hun corporatie hebben waar ze samen niet meer uitkomen, kunnen zich tot de geschillencommissie wenden. De commissie onderzoekt het geschil en doet een uitspraak in de vorm van een bindend advies.